Lid worden

column
Column: Flexwerken deel II

26 oktober 2016

Met plezier las ik deze zomer de column van Patrick, over zijn flexwerk avontuur. Hoewel ik een vaste plek heb op kantoor, en ik mijn stoel dus doorgaans nergens mee naar toe hoef te slepen, word ik met regelmaat de aardbol overgestuurd, wat mij van tijd tot tijd een werkende nomade maakt. Mijn bureaustoel verruilt zich dan in eerste instantie voor een vliegtuigstoel, als het mee zit met upgrade naar businessclass, als het tegenzit opgevouwen op in economy.

Als het echt allemaal tegenzit kom ik terecht op middenstoel (want de gangpadstoelen zijn op) waar vervolgens een ellebooggevecht volgt over het recht van de armleuning. Middels Oudhollands koppigheid volgt er vaak een stilzwijgend compromis waarbij ik minimaal één armleuning verover, want mijn buur heeft immers het gangpad of het raampje al. Dat ook weer opgelost.

Wat voor type bureaustoel ik op locatie aantref is altijd een verrassing en varieert van een wiebelige conferentiestoel tot een bureaustoel in het business centre van het hotel waar de stoel wel omhoog kan, maar mijn benen vervolgens niet meer onder het bureau passen. Dan maar hip staand werken (zitten is immers het nieuwe roken) aan een cocktailtafel, die eigenlijk net te laag blijkt (en ik weiger mijn hakken uit te doen).

Hoewel ik reizen voor mijn werk echt heel tof vind, verlang ik na een weekje ‘flexwerken’ op locatie altijd net zo naar mijn eigen bureaustoel als dat ik naar mijn eigen bed en douche verlang. Als de dag daar is dat ik weer op mijn eigen zetel plaats mag nemen, ga ik fluitend naar kantoor. En dan realiseer ik me dat de collega die mij vervangen heeft een schamele 1.63m meet en mijn stoel tot kabouterzetel heeft gereduceerd tijdens mijn afwezigheid. Misschien moet ik toch maar voorstellen dat ze voortaan haar eigen paddenstoel meeneemt naar mijn plek. Dan check ik voor de volgende zakenreis mijn stoel wel in, is mijn probleem op locatie ook gelijk opgelost…

Karen